Johan Fretz. Zoon van een Nederlandse vader en een Surinaamse Moeder. Of andersom. Afgaande op z’n speechtalent had het ook de zoon van Martin Luther King en Margaret Thatcher kunnen zijn.
Dit demonstreerde hij onlangs bij Pauw & Witteman door, begeleid door een gitaar, de speech van zijn leven te geven. Een speech waar Barack zelve zich niet voor zou schamen. Zijn verhaal begon klein en ingetogen, maar stoomde als Bach in zijn hoogtijdagen op naar een overweldigend slot. Johan nam ons mee naar een land waar je mag dromen. Een land om van te dromen. Een land waar geen problemen zijn, maar louter kansen. Johan wil die kansen benutten. De campagne van Johan Fretz voor de verkiezingen van 2025 waren begonnen.
Gerdi Verbeet zat aan tafel. Ze luisterde, ze smolt, ze gleed van haar stoel van opwinding. Johan gleed ook van zijn stoel, van verbazing. Nadat hij zijn speech had gegeven, zijn zorgvuldig in elkaar gezette speech van zijn leven, sprak Gerdi Verbeet over het falen van de politiek. Volgens Gerdi weten politici niet welke problemen er daadwerkelijk leven bij de burgers. Het was bedoeld als een duwtje in de rug voor Fretz, maar ze duwde hem de afgrond in. Johan zijn verhaal ging over dromen, over kansen. Het ging over alle mogelijkheden die dit land ons biedt, maar het ging niet over problemen. Juist niet.
Johan greep niet in. Als de voorzitster van de Tweede Kamer aan je voeten ligt, hou je je mond. Maar zijn ogen vulden zich met paniek. De confrontatie met de oude politiek was hard. Daar, bij Jeroen en Paul, waar de macht van de politiek en de media elkaar ontmoeten, heeft hij gevochten. Zijn hoop werd politiek correct de grond in geboord. Holle retoriek is prima. Mooi zelfs. Het kan me niet hol genoeg zijn, maar het moet wel werken.
Op de slotvraag van Jeroen Pauw ‘waarom pas in 2025′ antwoordde Johan dat hij gaat leren wat hypotheekrenteaftrek is. Een premier hoort immers te weten wat dat is. Ik weet wat de hypotheekrenteaftrek is. Een groot probleem.
Fretz for president? Voor mij hoeft het niet.