De burger is boos. Boos op de corporatiedirecteur, boos op de ziekenhuisbestuurder, boos op de bankier.
In tijden van crisis de broekriem aanhalen is blijkbaar een exclusieve plicht die alleen Jan Modaal ten deel valt. De bonuscultuur viert nog immer hoogtijdagen en waar er, al dan niet vanuit overheidswege, op de variabele bonus beknibbeld dient te worden, wordt deze moeiteloos onderdeel gemaakt van de vaste salariëring. Bovenop de reguliere jaarlijkse verhoging natuurlijk. Op die manier hoeven de hoge heren niet hun boot te verkopen, hun tweede huis aan de Côte d’Azur onder te verhuren of hun kreeft in de supermarkt te kopen in plaats van vers in te laten vliegen uit een exotisch oord.
De nieuwsberichten over salarisverhogingen aan de top en de bezuinigingsplannen van het kabinet worden soepel in één journaaluitzending aan ons medegedeeld. Woedend zijn we.
Met de verkiezingen in aantocht heeft iedere politieke partij zich bovendien weer gebogen over een aantal nieuwe bezuinigingsinitiatieven. Zo ook ‘s lands grootste partij, de VVD. Na een aantal commissievergaderingen, brainstormsessies en debatten is het oog gevallen op het potje voor ontwikkelingssamenwerking. Waar het Kabinet Rutte I in 2011 de ontwikkelingssamenwerking al wist te verlagen van 0,8% naar 0,7% van het Bruto Nationaal Product, stelt de VVD, bij monde van Stef Blok, nu voor om het budget met tweederde te verminderen, van 4,4 miljard naar 1,4 miljard euro per jaar.
Als we de peilingen mogen geloven schommelt de VVD ergens rond de 30 zetels. Ruim 1,5 miljoen burgers kunnen zich blijkbaar vinden in de bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Op die manier hoeven we immers niet onze boodschappenauto te verkopen, de wintersport in Val Thorens te schrappen of onze krabsalade bij de Lidl te halen in plaats van vers bij de visboer.
De VVD denkt graag met de burgers mee. Charlie Aptroot wil het geld dat we volgend jaar niet meer enkele reis naar Burundi sturen investeren in te asfalteren kilometers. Zo is de burger na het werk 10 minuten eerder thuis. In Burundi leren kinderen in een schooltje, op twee uur lopen van hun dorp, over de welvaart in Nederland en het beleid van haar regering. Woedend zijn ze.
Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Volgens mij hoeft dat niet.